Korte geschiedenis




Onze Lieve Vrouw ter Nood te Heiloo in Noord-Holland is de grootste Mariale bedevaartplaats in Nederland. De naam Heiloo is een samentrekking van de woorden 'Heilig' en 'Loo'. 'Loo' betekent in Oudnederlands 'bos'. De geschiedenis van het Heiligdom gaat terug tot het eind van de 14e eeuw.

In die tijd vond een boer op zijn land een Mariabeeld. Hij nam dit mee naar huis, maar op miraculeuze wijze keerde het terug naar de plaats van vinding. Rond dezelfde tijd raakte een schip in nood voor de kust ter hoogte van Heiloo. In zijn nood bad de schipper tot God. Hij hoorde boven het gebulder van de golven en het geraas van de wind een heldere vrouwenstem die zei: 'Als ge mij gaat eren zal de wind gaan keren'. De schipper herkende de stem van de Godsmoeder en beloofde zich voor haar verering in te zetten. Veilig aan land gekomen kwamen de beide verhalen bij elkaar en de plaats voor de bouw van de Genadekapel was daarmee gevonden. Uit 1409 is er een document bewaard in het archief van het Aartsbisdom Utrecht dat spreekt over de 'capelle in de banne van Heiligenloo'.

Bedevaartkapel Heiloo

In de voorhof van de Genadekapel bevindt zich een put met heilzaam water. Tijdens de Reformatie werd de kapel verwoest en de put gedempt met puin van de kapel. In 1713, ten tijde van veepest, welde met kracht water op vanonder het puin. De geschiedenis leert, dat de dieren die dronken van dit water de veepest overleefden.

¬ terug naar boven


Historische achtergrond van Onze Lieve Vrouw ter Nood


Het Mirakel van de Runxput gebeurde in het jaar 1713, in een tijd dat er op de plek waar de eerste Genadekapel was gebouwd werkelijk niets meer herinnerde aan de devotie tot Onze Lieve Vrouw ter Nood. Geen kapel, geen put, niets.


Oorsprong Onze Lieve Vrouw ter Nood

De precieze datum van de oorsprong van de bedevaartplaats hebben we niet. Maar wat betreft de kapel is er in het archief van het Aartsbisdom Utrecht uit het jaar 1409 een geschrift bewaard gebleven waarin gesproken wordt over de 'Onze Lieve Vrouwe capelle in de banne van Heiligeloo'. Deze eerste kapel werd met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gebouwd tegen het einde van de veertiende eeuw. De overlevering leert ons, dat er in die tijd nabij de Runxput een houten beeld van Maria werd gevonden. Een beeld dat op miraculeuze wijze terugkeerde op de plaats van vinding. Dit herhaalde zich. Het was ook in die dagen, dat er voor de kust ter hoogte van Heiloo een schip in nood raakte. De schipper hoorde in zijn nood boven het gebulder van de wind een heldere vrouwenstem zeggen: "Als ge Mij gaat eren, zal de wind gaan keren". De schipper herkende de stem van Maria, bad tot de Moeder Gods en beloofde zich te zullen inzetten voor haar verering. De wind keerde en veilig aan land gekomen, wilde hij zijn belofte gestand doen. De twee verhalen kwamen bij elkaar en de plaats voor een kapel ter ere van Onze Lieve Vrouw was gevonden. Van toen af stroomden de mensen naar de kapel om troost te zoeken bij Maria, die men vereerde als Onze Lieve Vrouwe ter Nood, tot 1573, het jaar waarin de eerste kapel volledig werd verwoest.

¬ terug naar boven


Alkmaar ontzet

Alkmaar Ontzet

Deze verwoesting vond plaats ten tijde van de 80-jarige oorlog tegen Spanje, kort nadat de protestante vrijheidsstrijders Alkmaar hadden bevrijd uit de Spaanse overheersing. Na de bevrijding van Alkmaar vernietigden de bevrijders letterlijk alles wat aan de Spanjaarden herinnerde, met name ook datgene van het katholieke geloof waartegen de hervormers van de katholieke godsdienst zich hadden gekeerd, o.a. de devotie tot Maria. Het hoeft niet te verwonderen, dat behalve de kapel in Heiloo ook de Grote Kerk in Alkmaar en andere religieuze centra, zoals o.a. de Adelbertusabdij in Egmond, werden onteigend en/of verwoest.

¬ terug naar boven


Katholiek geloofstrouw

Kapelruïne

Bijzonder is evenwel dat de katholieken ook na de verwoesting van de kapel, hoewel streng verboden door de protestante overheden, als door een mysterieuze kracht aangetrokken, naar hun geliefde bedevaartplaats bleven komen. Wat nog herinnerde aan de gloriedagen van weleer waren de put en de ruïne van een prachtig Godshuis. Bovenstaande foto van het schilderij van G. de Jongh uit 1630, toont dat de eerste kapel waarschijnlijk groter en hoger is geweest dan de kapellen die later zouden worden gebouwd. Toch zou de katholieke geloofstrouw hard afgestraft worden door de protestante overheden die besloten een radicaal einde te maken aan de 'lichtzinnige superstitiën (bijgelovigheden) der papen'. In 1637 werden de muurresten tot op het fundament weggebroken en de put gedempt met puin van de kapelruïne. Na 1637 was er dan ook niets meer te vinden dat herinnerde aan de plek waar Maria door haar kinderen meer dan 200 jaar was geëerd. Toch leefde de devotie voort in de volksvroomheid en individueel of in kleine groepen werden nog wel pelgrimages ondernomen naar de bedevaartplaats, die meer en meer overwoekerd werd door bomen en onkruid.

¬ terug naar boven


Mirakel van de Runxput'


Runxputte - het putje, Heiligdom Heiloo

Gedenkplaat op de rand van de put

Zoals hierboven geschetst, zo was de situatie op de historische avond van 8 december van het jaar 1713, het jaar waarin Heiloo en omstreken door veepest geteisterd werden. Een veepest die maakte, dat de ziekte die de dieren trof, boeren beroofde van het schamele inkomen dat zij zich met hun beesten verwierven. Ten einde raad, geïnspireerd door de volksvroomheid van het voorgeslacht en ondanks de verboden van overheidswege, trokken katholieke boeren uit de omgeving van Heiloo, op het Hoogfeest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis, gezamenlijk op naar de plek waar de kapel en de put zich ooit bevonden, om daar de voorspraak in te roepen van Onze Lieve Vrouwe ter Nood, opdat de rampspoed ten goede gekeerd zou worden. Die avond, biddend op de plek waar ooit de kapel had gestaan, gebeurde het, dat terwijl de boeren zich op het kapelterrein in smeekgebed verenigden, achter hen met kracht water opwelde uit het puin waarmee de put in 1637 gedempt was. Ter herinnering aan deze gebeurtenis is op de rand van de huidige put een koperen plaat aangebracht met de tekst: "De Runxput werd tot Mariabron in de nacht van 8 op 9 december".

¬ terug naar boven


Vreugde en dankbaarheid

Vol van vreugde en dankbaarheid werd de put vrij gemaakt. Met bussen en emmers zou het water worden meegenomen. De geschiedenis leert dat de dieren die van dit opgewelde water dronken, behouden bleven, alsook dat de toestroom van pelgrims die van wonderlijk voorval hoorden weer massaal op gang kwam, tot grote ergernis van de protestante overheden. De put zou opnieuw gedempt worden en strenge straffen werden in het vooruitzicht gesteld voor diegenen die het waagden de plek ooit nog te bezoeken. Maar wat overheden ook probeerden om het katholieke volksgeloof uit te roeien, deze nieuwe, krachtige impuls aan het geloofsleven der katholieken maakte, dat hoewel de plek als zodanig meer en meer in de vergetelheid raakte, de devotie tot Onze Lieve Vrouwe ter Nood in de daarop volgende eeuwen zou overleven. Totdat de gedempte put in 1905 letterlijk opnieuw ontdekt werd door de heer Gerard van den Bosch uit Alkmaar. Een letterlijke 'ont-dekking' die maakte, dat in de jaren die volgden, de kapellen werden gebouwd en de bedevaartplaats uitgroeide tot wat die nu is.

¬ terug naar boven


Kapellengeschiedenis

In de periode van 1573 tot 1909 was er geen kapel meer op de bedevaartplaats. Hoewel Onze Lieve Vrouw ter Nood bleef voortleven in de volksvroomheid was de bedevaartplaats van weleer, rond 1900, nagenoeg geheel vergeten. Bewust schrijven we hier nagenoeg geheel, omdat door de geloofsimpuls uit 1713 en als gevolg van de mondelinge overlevering de devotie tot O.L.V. ter Nood in bepaalde families was blijven voortleven. Zo ook in de familie van Den Bosch uit Alkmaar. Een diepgelovige familie waarvan de moeder vroeg overleed. Vader van den Bosch hertrouwde en schonk met zijn tweede vrouw aan nog eens vier kinderen het leven. Binnen de diep godsdienstige familie Van den Bosch werd het verhaal van de kapel en het putwonder doorverteld. Het verhaal maakte diepe indruk, met name op zoon Gerrit. Het liet hem niet meer los en toen hij 46 jaar oud was, besloot hij op zoek te gaan naar de plek waar eens de kapel had gestaan. Na geïnformeerd te zijn door de pastoor van Heiloo, Z.E.H. Seuter, ontdekte hij op 20 maart 1905 de door bomen en onkruid overwoekerde gedempte put en niet veel later ook de oude fundamenten van de kapel van weleer. Het jaar 1905 wordt daarom het jaar van de heropleving van de devotie genoemd. Hij vatte het plan op een nieuwe Genadekapel te bouwen, die in het jaar 1909 werd ingewijd.

¬ terug naar boven


Een tijdelijke ooplossing: de in 1913 gebouwde Bedevaartkapel

Bedevaartkapel Heiloo

Mede als gevolg van de katholieke emancipatie in die tijd, bleek de nieuw gebouwde Genadekapel al spoedig te klein om de grote stromen pelgrims op te kunnen vangen die van heinde en ver naar Heiloo trokken om Maria te eren onder haar geliefkoosde naam, Onze Lieve Vrouw ter Nood. Statistieken uit het verleden tonen aan dat het aantal geregistreerde bedevaartgangers in het jaar 1911 al rond de 10.000 lag. Om het groeiende aantal bedevaartgangers en de grote groepen op te kunnen vangen werd daarom in 1912 besloten een noodvoorziening te treffen. Er werd een kapeltent geplaatst op het bedevaartterrein. De voorziening bleek werkelijk een 'nood'-oplossing te zijn, want in hetzelfde jaar zou de tent door harde wind drie keer tegen de vlakte gaan.

¬ terug naar boven


De nooit gebouwde basiliek ter ere van O.L.V. ter Nood

De nooit gebouwde basiliek Heiloo

Daar dit de devotie en de naam van de bedevaartplaats niet ten goede kwam, werd besloten in 1913 een eenvoudige, goedkope, uit hout opgetrokken kapel te bouwen, die dan te zijner tijd zou kunnen worden vervangen door een grote basiliek. De bouw van deze 'tijdelijke' bedevaartkapel, die plaats bood aan 900 mensen, werd toevertrouwd aan bouwbedrijf Smit uit Alkmaar en zou 18.000,- gulden kosten. Men plande dat deze tijdelijke voorziening er ongeveer 25 jaar zou staan om dan te worden vervangen door nevenstaande basiliek die in 1934 door architect Stuyt werd ontworpen. Doch het liep anders. De economische tegenwind in de jaren 30 zou aantrekken en een wereldwijde recessie veroorzaken waarop de Tweede Wereldoorlog volgde. Ook na de oorlog zou het benodigde geld voor de monumentale basiliek er uiteindelijk niet komen. Dit leidde er toe dat het grote plan letterlijk in de kast verdween en onze Bedevaartkapel, die haar charme ontleent aan de eenvoudige houten constructie, in 2013, haar 100e verjaardag heeft mogen vieren.

¬ terug naar boven


Tweede Genadekapel

Net voorafgaande aan de crisisjaren gelukte het in 1930 wel nog de eveneens door Stuyt ontworpen nieuwe Genadekapel te bouwen die het zeer eenvoudige kapelletje uit 1909 zou vervangen. De fraaie muurschilderingen waarmee de nieuwe Genadekapel zoals wij die kennen is gedecoreerd, werden aangebracht door de kunstenaar Bijvoet, die in zijn dagen meerdere kerken van prachtige fresco's heeft voorzien.

¬ terug naar boven


Blijvende vraag

De vraag die blijft, maar die op onze wereld wel nooit beantwoord zal worden. is: 'Was het door omstandigheden niet ten uitvoer brengen van het grote plan nu gewoon tegenslag of was het de Voorzienigheid, die wilde dat O.L.V. ter Nood in Heiloo gewoon geëerd zou worden in alle eenvoud?'

¬ terug naar boven


Op deze pagina


¬  Korte geschiedenis

¬  Historische achtergrond van O.L.V. ter Nood

   • Oorsprong Onze Lieve Vrouw ter Nood

   • Alkmaar ontzet

   • Katholiek geloofstrouw

¬  Mirakel van de Runxput

   • Vreugde en dankbaarheid

   • Kapellengeschiedenis

   • De in 1913 gebouwde Bedevaartkapel

   • De nooit gebouwde basiliek

   • Tweede Genadekapel

   • Blijvende vraag